Ringrijden

Wat is ringrijden?

Een ringrijder zit op een ongezadeld paard, die hij in galop door de ringbaan stuurt. In de hand heeft hij een lans, waarmee hij probeert de ring te steken die halverwege de baan in een ijzeren bus hangt. Je mag meedoen aan een ringrijwedstrijd vanaf het jaar dat je twaalf wordt. Dus word je in augustus twaalf, dan mag je in juni al aan een wedstrijd meedoen. Een maximumleeftijd voor het ringrijden is er niet. Tegenwoordig zie je steeds meer ringrijders die tot op hoge leeftijd meedoen.

De ring

De te steken ring heeft een doorsnede van 38 mm. Bij het kampen kan de doorsnede van de ring worden verkleind tot minimaal 10 mm. Als de ring gestoken is, moet de ringrijder deze aan het eind van de baan met de lans achterover netjes afgeven aan de ringloper. Bij officiƫle wedstrijden kan iedere deelnemer 30 ringen steken. De ring hangt halverwege de baan in een ijzeren bus aan een touw tussen twee palen. De afstand tussen de onderkant van de bus en de vaste bodem van de ringbaan is 2,20 meter.

De ringbaan

De ringbaan heeft op alle wedstrijden dezelfde afmetingen, namelijk een lengte van 36 meter en een breedte van 1 meter. De baan is afgezet met palen, waarlangs een touw gespannen is op een hoogte van 1,2 meter. Aan beide uiteinden van de baan kunnen de paarden na iedere vaart rusten in de boxen. De baan van ARV de Hofrijders is een mobiele baan. Deze wordt meegenomen en opgezet. Na de wedstrijd wordt de baan weer afgebroken en meegenomen. Deze baan is uniek in Nederland en door de ARV zelf ontworpen en gemaakt.

De medewerkers

Bij iedere wedstrijd zijn er (vrijwillige) medewerkers. Allereerst is er een baancommissaris die verantwoordelijk is voor een goede gang van zaken tijdens de wedstrijd zoals die is vastgelegd in het huishoudelijk reglement en wedstrijdreglement van de ARV. Verder is er een ringmeester, dit is degene die de ring in de bus hangt (en tevens ook de ringbaan uitzet en in orde houdt). Er is ook een ringloper die de gestoken ring aan het eind van de baan van de ringrijder aanneemt.

Ten slotte zijn er altijd twee schrijvers, een voor het bijhouden van de stand op een groot schoolbord en een voor de stand op papier. Een rondje betekent een gestoken ring en een kruisje een gemiste ring. Het dubbelschrijven voorkomt ook dat er fouten ontstaan bij het tellen van de gestoken ringen per deelnemer.